Richtlijnen letselschade bij studievertraging

Onder studievertraging bij de richtlijnen van Letselschade wordt verstaan: op het moment dat er schade optreedt doordat een benadeelde later op de arbeidsmarkt actief zal zijn als gevolg van een ongeval. Dit als gevolg van een onderbroken opleiding, voor welk studievertraging een derde aansprakelijk is te houden.

Voorwaarden Letselschade Richtlijn Studievertraging.

Een studievertraging wordt in de Letselschade Richtlijn omschreven als een studievertraging dat als effect heeft het later betreden van de arbeidsmarkt. De studievertraging mag echter maar maximaal een jaar duren.

Onder de Richtlijnen Letselschade vallen extra studiekosten als aanschaf van boeken en examens niet onder. De reden hiervoor is dat het niet geschikt is voor de normering vanwege het feit dat het per schadezaak sterk kunnen verschillen. Hiernaast zijn de extra kosten eenvoudig concreet aantoonbaar waardoor de discussie over de kosten beperkt is.

Als er sprake is van een aangepaste opleiding op een lager niveau of vertraging die langer dan 1 jaar duurt, wordt deze niet erkend in de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Dit heeft als reden dat de opgelopen schade deel uit maakt van schade als gevolg van verlies aan arbeidsvermogen. Hierdoor wordt dit soort opgelopen schade apart berekend.

Per 1 januari 2016 zijn alle normbedragen gewijzigd. Onderstaand een overzicht van de netto normbedragen per categorie voor schade wegens studievertraging op basis van één jaar studievertraging.

  • basisschool: €5.825,00
  • vmbo en lbo: €13.400,00
  • havo, mbo en vwo: €16.300,00
  • hbo en wo: €19.800,00

 

Bovenstaande jaarvergoedingen zijn naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld, rekening houdend met jurisprudentie en de gangbare praktijk. Wat betreft is loon is voor jeugdig laaggeschoolden aansluiting gezocht bij het minimumloon. Voor studenten met een VWO of HBO opleiding is aansluiting gezocht bij het modale inkomen. Jaarlijks wordt bekeken of aanpassing van het normbedrag noodzakelijk is, op basis van het loonindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).